Bruno Vanobbergen


Kinderrechtencommissaris over luisteren naar kinderen als mensenrecht

SCROLL DOWN

Bruno Vanobbergen


Kinderrechtencommissaris over luisteren naar kinderen als mensenrecht

Bruno Vanobbergen, Vlaams Kinderrechtencommissaris

Bruno Vanobbergen, Vlaams Kinderrechtencommissaris

Tijd om te luisteren:
fundament voor integriteit en waardigheid

“Kinderen en jongeren hebben het recht om gehoord te worden en te participeren in onze samenleving. Maar het recht om beluisterd te worden alleen volstaat niet. Luisteren is een basishouding van mens tot mens. Het is eigenlijk een plicht.”

Luisteren is de basis
“Luisteren is een van de grootste vormen van respect te tonen voor de anderen. Het is ‘er ZIJN’ voor de ander. De vraag is of je iets anders kàn als mens? Niet luisteren naar de ander is trouwens ook een vorm van een antwoord, maar iedereen weet: wie niet gehoord wordt, telt niet mee.” Kinderrechten draaien om participatie, integriteit en menselijke waardigheid, stelt Bruno. “Je kan mensen simpelweg niet au serieux nemen als je niet luistert. Luisteren is je openstellen voor waar de ander voor wil staan. We hebben het trouwens ook in de grondwet geschreven: ‘We hebben de plicht om de morele, psychische, seksuele en fysieke integriteit te eerbiedigen en te beschermen’. Echt luisteren is hiervoor de basis.”

Luisteren doet luisteren
Als iemand je aanspreekt, reageer je ernstig op dat appel. Luisteren is een mooie, zoniet de mooiste vorm van respect. Als ik naar kinderen en jongeren luister, is dat niet meteen vanuit de intrinsieke motivatie dat zij ook leren luisteren naar anderen. Maar ik ben ervan overtuigd dat wie beluisterd wordt, hopelijk ook beter naar anderen zal gaan luisteren. Luisteren naar elkaar clustert zorgzaamheid en empathie tot verbinding."

Luisteren is niet evident
"Het ‘luisteren naar kinderen’ wordt al te vaak functioneel aangewend: ‘We willen een speeltuin inrichten en we checken even bij jongeren welke toestellen ze daarin willen.’ Of  ‘We richten een leerlingenraad op, want dat is nu eenmaal belangrijk’. Het gaat om zoveel meer dan iets willen iets doen en jongeren daarin horen.’ Het gaat om de vinger aan de pols van de samenleving." 

Awel dan
"Onderzoek toont aan dat de geestelijke gezondheid van het kind en de jongere nood heeft aan beluistering. Awel associeer ik met dàt luisterend oor. Het actief luisteren vormt niet zelden de eerste stap naar de oplossing van het probleem. Kinderen vinden in hun directe omgeving niet altijd dat  luisterend oor. Gelukkig is Awel bijzonder toegankelijk en betrouwbaar. Kinderen en jongeren komen er op een veilige manier in alle vertrouwen tot rust. De mensen aan de lijn van Awel zijn hiervoor dan ook grondig opgeleid. Dat is cruciaal in deze.

Vertrouwen als basis tot goed luisteren
“Ik heb een veilige, comfortabele en onbezorgde jeugd gekend. Maar als het over luisteren gaat, was mijn grootvader belangrijk. Hij was een man van weinig woorden. Hij kwam vaak poolshoogte bij me nemen. Het ging niet om grootse of gewichtige gebaren, noch bracht hij een koffer vol tips & tricks, do’s & don’ts mee. Hij toonde betrokkenheid zonder dat te expliciteren. Het is toen nooit zo benoemd, maar die man luisterde niet enkel met zijn oren. Het ging om ontmoetingen. Een half uur later was hij vaak alweer weg. Het ging dus om korte en rustige interventies. Dat creëerde vanuit vertrouwen een sterke wederzijdse hechting.  

*Het Kinderrechtencommissariaat detecteert signalen van kinderen, jongeren en professionals. Het bemiddelt, onderzoekt klachten en adviseert het beleid. Altijd met het oog op de naleving en toepassing van kinderrechten in Vlaanderen.

Lieze Van den Eede


Dankbare oproeper getuigt dat Awel écht helpt

Lieze Van den Eede


Dankbare oproeper getuigt dat Awel écht helpt

Dankbare Awel - oproeper Lieze Van den Eede

Dankbare Awel - oproeper Lieze Van den Eede

Het voelt ZO goed wanneer er iemand is die luistert en je begrijpt

“Ik wou misschien niet écht sterven, maar ik wilde dat de pijn stopte, begrijp je? Ik heb mijn verhaal met horten en stoten verteld. De antwoorden én de vragen van die ‘luisteraar’ bij Awel, maakten dat ik me veilig voelde."

Pestkoppen
Een aantal klasgenoten van Lieze wilde letterlijk de school in brand steken. Toen ze hen zei dat ze hulp moesten zoeken met hun gestoorde ideeën, was het hek van de dam. Ze begonnen haar te bedreigen. Ze zouden de schuld van de brandstichting in haar schoenen schuiven als ze niet meedeed. “Ik kreeg online haatberichten en ze wachtten me na schooltijd op om me te intimideren,” zucht Lieze.

Zwijgen
“Door de stress rond dit alles, gingen mijn schoolresultaten pijlsnel achteruit. Ook daar begonnen ze me mee te kleineren. Ik werd er enkel onzekerder door. Ik wist wel dat ik hulp moest zoeken, maar ik voelde aan dat ik niet bij mijn leerkrachten of bij mijn ouders terecht zou kunnen. Ik wilde hen niet belasten met mijn problemen.” De angst voor represailles door de pesters was groot. Bovendien was er dat kleine stemmetje in haar dat onbewust soms ook een beetje piepte: ‘misschien ligt het wel aan mij’.

Zelfmoordgedachten
Het werd Lieze teveel. “Ik wou misschien niet écht sterven, maar ik wilde dat de pijn stopte, begrijp je? In het klaslokaal hing een poster van Awel. In eerste instantie dacht ik: ‘Wat gaat Awel in godsnaam voor me kunnen doen?’ Ik heb lang, misschien zelfs te lang, getwijfeld of ik er iets mee zou doen.” Op de site van Awel las Lieze berichten van anderen. Die getuigenissen waren zeer overtuigend voor haar. Het zorgde ervoor dat ze haar noodkreet durfde plaatsen in de chatbox van Awel.

Chatten met Awel?
“Het is in het begin heel vreemd om je verhaal via online chat te doen, maar het voelde veiliger dan bellen. Ik wist eerlijk gezegd niet zo goed hoe ik eraan moest beginnen. Ik heb mijn verhaal met horten en stoten verteld. Ik kreeg de raad van de chatter bij Awel dat ik mijn tijd mocht nemen. Dat ik niet meteen alles hoefde te vertellen. De antwoorden én de vragen van die ‘luisteraar’ bij Awel, maakten dat ik me veilig voelde. Die persoon bleef heel rustig. Ging er zachtjes op door, zonder iets te forceren. Vroeg me geregeld hoe ik mezelf bij dit alles voelde. Het was heel zorgzaam, als ik er nu op terugkijk…”

Luisteren: stap 1
“Iemand die naar je luistert, maar je niet zo goed kent, heeft dit voordeel: je gaat gemakkelijker vrijuit praten,” zegt Lieze. “Omdat je die persoon niet kan kwetsen, belasten of te bezorgd maken om jou. Die persoon staat letterlijk en figuurlijk niet zo dichtbij en dat helpt op de een of andere gekke manier om openhartig te zijn. Het voelt ZO goed wanneer er iemand is die luistert en je begrijpt.” Maar daar bleef het niet bij. Lieze kreeg ook het advies om contact op te nemen met een psycholoog. En om toch ook iemand te betrekken die dichter bij haar stond. “Awel gaf me vooral de moed om mijn probleem aan te pakken.”

Je laten helpen: stap 2
Intussen ging het pestproces op school lustig verder. Ze pakten spullen van Lieze af. Ze duwden haar letterlijk om. Ze slingerden haar de vreselijkste dingen naar het hoofd als ‘Stap toch uit het leven, dat is beter voor iedereen!’ Lieze begon zichzelf pijn te doen, te krassen om een àndere pijn te voelen. “En om te vergeten wat ik meemaakte. Mijn zelfbeeld zat op een dieptepunt. Uiteindelijk heb ik mijn moed bijeengeraapt. Ik heb alles aan mama verteld. Ook dat ik gechat had met Awel. Dat ik mezelf in de armen kraste. Alles! Ze was opgelucht dat Awel naar me geluisterd had, maar ze voelde zich ook een beetje schuldig dat ze zelf niks had opgemerkt. Mama nam contact op met een psycholoog en ik veranderde van school. We zijn nu twee jaar verder en het gaat goed met me. Echt goed! Ik sta stevig in mijn schoenen en ontplooi mijn talenten in het theater en in muziek. Ik ben gelukkig.”

Confrontatie met de pesters
“Ik heb die pesters kunnen vertellen hoe hard ze me geraakt hebben. Ik had nooit verwacht dàt aan te kunnen. Ze zetten grote ogen op toen ik hen confronteerde met wat ze aangericht hadden. Die jongeren zullen nooit mijn vrienden worden, maar ze respecteren me nu wel zoals ik ben. Hopelijk heb ik hen doen inzien wat de gevolgen van hun idioot gedrag is geweest. Weet je, ik ben Awel zo dankbaar! Zij hebben me doen inzien hoe ik in elkaar zit en wat ik wil en kàn bereiken. Vroeger zat dat er hoegenaamd niet in. Ik heb mijn weg in het leven gevonden. Praten met Awel helpt echt wel. Merci. Merci.

Jef Plasmans


Grootvader neemt de tijd om te luisteren

Jef Plasmans


Grootvader neemt de tijd om te luisteren

Grootvader Jef Plasmans

Grootvader Jef Plasmans

Awel. Dat is uwen bompa aan de telefoon.

"Het is een zegen te weten dat er een organisatie is, die de virtuele grootouder kan zijn. We moeten Awel hiervoor immens dankbaar zijn. Niet iedereen heeft immers een moemoe of opa met een luisterend oor."

Een klankbord
Als een kind met een probleem zit, trachten volwassenen te snel oplossingen voor te stellen, zegt Jef. “Dat sluipt in ons advies vanuit eigen normen, waarden en ervaring. Maar de kracht van een goed gesprek vertrekt vanuit het kind. Thomas Gordon, auteur van ‘Actief luisteren’, zei het jaren geleden al: je stelt je beter op als een klankbord dan als raadsman of coach. Het gaat niet langer om een patriarchale opvoeding, maar een horizontale, zegt Paul Verhaege. Het zou fijn zijn als àl die opvoeders een beetje zouden samenwerken. Als de kinderen hier op bezoek zijn, delegeren ze de kleinkinderen een beetje aan ons. Ze laten hun kinderen even los.”

Ben ik klaar om te luisteren?
“Ben ik zelf wel in de stemming om een goed gesprek te houden? Kan ik mijn hoofd leeg maken zodat ik me goed kan concentreren op wat een kind vertelt? Dit is voor beide gesprekspartners nodig. Je moet er soms letterlijk de ruimte voor maken. De omstandigheden die je moet creëren, bereid ik voor. Ik zorg voor rust en focus en tracht het aantal externe prikkels te beperken.”

Luisteren vraagt om zwijgen
“Hoe meer ik praat, hoe minder ik zal luisteren en hoe minder de ander zal vertellen. Eerst moet je de ander laten komen. De ballon van de ander moet eerst leeggelopen zijn vooraleer je in het echte gesprek geraakt. In dat verhaal zitten niet alleen woorden. Het non-verbale is cruciaal en ook een wezenlijk aspect. Je leest en luistert zelfs in een telefoongesprek al signalen. Emoties sijpelen erdoor. Het herkennen en erkennen van die emoties is belangrijk.”

Veiligheid en vertrouwen
“Vertrouwen is key. Met de kleinkinderen is dat gekoppeld aan loyaliteit. Maar soms aarzelen ze, geraken ze niet uit hun woorden. Soms zie je ze denken: kan ik dat hier wel vertellen? Voel ik me veilig genoeg? Ik tracht daar op in te spelen met mijn bedachtzaamheid. Maar soms vraag ik ook wel: gaat het niet goed, is er iets, kan ik je ergens mee helpen? Want ik zie dat je met iets zit. Maar ik bevestig dat vertrouwen ook door te zeggen: ik vind het moedig dat je daarover met mij wil praten. En ik creëer veiligheid: Wat hier gezegd wordt, blijft tussen ons.”

Heb ik dat goed gehoord?
Jef probeert actief en empathisch te luisteren. “Elkeen die iets wil vertellen, moet ervaren dat ie beluisterd wordt. In de mate van die beluistering zal hij/zij meer gaan leren. Je luistert actief en bevestigt, herhaalt of vat samen wat de ander vertelt. Dat is nodig opdat de ander voelt dat je hem/haar begrijpt. Heb ik het goed gehoord dat je me dit vertelt? Ik hertaal het met mijn eigen woorden. Het maakt dat de verteller zich echt begrepen voelt én erop kan reflecteren. En dieper kan gaan, kanttekening kan plaatsen. Op dat moment zijn eigen commentaren uit den boze. Dat creëert een implosie van het gesprek. Je geeft het terug zonder toe te voegen. Maar je helpt de ander om het probleem scherper te krijgen. Wat is de kern van het probleem? Het raken van de kern van het probleem is vaak een grote stap richting oplossingen.

Luisteren stimuleert zelfredzaamheid
"Het beste advies is wat het kind zelf ontdekt, dankzij jouw reflectie. Het maakt hen sterker. Het versterkt hun zelfredzaamheid.” Jef bekijkt samen met de kleinkinderen dan de mogelijke gevolgen van hun stapjes naar de oplossingen. Hij leidt hen terug naar hun eigen gedachtenspoor, zodat de toegevoegde waarde van zijn kant erin bestaat dat ze aan de slag gaan met hun eigen ontdekkingen. “Soms komen ze er enkele weken later op terug.” Jef knipoogt. “Of ik vraag ernaar, haha.”