Grootvader Jef Plasmans

Grootvader Jef Plasmans

Awel. Dat is uwen bompa aan de telefoon.

"Het is een zegen te weten dat er een organisatie is, die de virtuele grootouder kan zijn. We moeten Awel hiervoor immens dankbaar zijn. Niet iedereen heeft immers een moemoe of opa met een luisterend oor."

Een klankbord
Als een kind met een probleem zit, trachten volwassenen te snel oplossingen voor te stellen, zegt Jef. “Dat sluipt in ons advies vanuit eigen normen, waarden en ervaring. Maar de kracht van een goed gesprek vertrekt vanuit het kind. Thomas Gordon, auteur van ‘Actief luisteren’, zei het jaren geleden al: je stelt je beter op als een klankbord dan als raadsman of coach. Het gaat niet langer om een patriarchale opvoeding, maar een horizontale, zegt Paul Verhaege. Het zou fijn zijn als àl die opvoeders een beetje zouden samenwerken. Als de kinderen hier op bezoek zijn, delegeren ze de kleinkinderen een beetje aan ons. Ze laten hun kinderen even los.”

Ben ik klaar om te luisteren?
“Ben ik zelf wel in de stemming om een goed gesprek te houden? Kan ik mijn hoofd leeg maken zodat ik me goed kan concentreren op wat een kind vertelt? Dit is voor beide gesprekspartners nodig. Je moet er soms letterlijk de ruimte voor maken. De omstandigheden die je moet creëren, bereid ik voor. Ik zorg voor rust en focus en tracht het aantal externe prikkels te beperken.”

Luisteren vraagt om zwijgen
“Hoe meer ik praat, hoe minder ik zal luisteren en hoe minder de ander zal vertellen. Eerst moet je de ander laten komen. De ballon van de ander moet eerst leeggelopen zijn vooraleer je in het echte gesprek geraakt. In dat verhaal zitten niet alleen woorden. Het non-verbale is cruciaal en ook een wezenlijk aspect. Je leest en luistert zelfs in een telefoongesprek al signalen. Emoties sijpelen erdoor. Het herkennen en erkennen van die emoties is belangrijk.”

Veiligheid en vertrouwen
“Vertrouwen is key. Met de kleinkinderen is dat gekoppeld aan loyaliteit. Maar soms aarzelen ze, geraken ze niet uit hun woorden. Soms zie je ze denken: kan ik dat hier wel vertellen? Voel ik me veilig genoeg? Ik tracht daar op in te spelen met mijn bedachtzaamheid. Maar soms vraag ik ook wel: gaat het niet goed, is er iets, kan ik je ergens mee helpen? Want ik zie dat je met iets zit. Maar ik bevestig dat vertrouwen ook door te zeggen: ik vind het moedig dat je daarover met mij wil praten. En ik creëer veiligheid: Wat hier gezegd wordt, blijft tussen ons.”

Heb ik dat goed gehoord?
Jef probeert actief en empathisch te luisteren. “Elkeen die iets wil vertellen, moet ervaren dat ie beluisterd wordt. In de mate van die beluistering zal hij/zij meer gaan leren. Je luistert actief en bevestigt, herhaalt of vat samen wat de ander vertelt. Dat is nodig opdat de ander voelt dat je hem/haar begrijpt. Heb ik het goed gehoord dat je me dit vertelt? Ik hertaal het met mijn eigen woorden. Het maakt dat de verteller zich echt begrepen voelt én erop kan reflecteren. En dieper kan gaan, kanttekening kan plaatsen. Op dat moment zijn eigen commentaren uit den boze. Dat creëert een implosie van het gesprek. Je geeft het terug zonder toe te voegen. Maar je helpt de ander om het probleem scherper te krijgen. Wat is de kern van het probleem? Het raken van de kern van het probleem is vaak een grote stap richting oplossingen.

Luisteren stimuleert zelfredzaamheid
"Het beste advies is wat het kind zelf ontdekt, dankzij jouw reflectie. Het maakt hen sterker. Het versterkt hun zelfredzaamheid.” Jef bekijkt samen met de kleinkinderen dan de mogelijke gevolgen van hun stapjes naar de oplossingen. Hij leidt hen terug naar hun eigen gedachtenspoor, zodat de toegevoegde waarde van zijn kant erin bestaat dat ze aan de slag gaan met hun eigen ontdekkingen. “Soms komen ze er enkele weken later op terug.” Jef knipoogt. “Of ik vraag ernaar, haha.”